Q&A met Michel Butter

New York – Zondag 5 november liep Michel Butter tijdens de New York Marathon naar een fantastische 6e plaats. Hij is inmiddels uitgegroeid tot één van Nederlands grootste marathonlopers ooit. Naar aanleiding van deze prachtige prestatie konden mensen via Facebook vragen stellen en Michel heeft de leukste beantwoord.

(Bron: TDR)
Vraag 1: Sjaak Betjes: “Michel, als het een uitdagend parcours is of andere omstandigheden zoals Boston en nu NY, dan ben jij op z’n best. Hoe voel jij je over die 8sec die je tekort kwam voor toelating tot de OS?”
Michel: “Ik denk inderdaad dat de strijdmarathons mij liggen en dat ik de marathons heel goed kan lezen. Ik kan in vergelijking tot mijn concurrenten betere tactische beslissingen nemen. Dat is natuurlijk ook belangrijk op de Olympische Spelen en dat terwijl bij de Olympische Spelen de kwalificatie puur op basis van tijd is. Dat is natuurlijk een verschil en ik laat duidelijk zien dat ik hier op deze manier tot de absolute top behoor. Die 8 seconde heb ik weggedrongen en New York spoelt wat dat betreft zo’n teleurstelling natuurlijk ook wel weer makkelijk weg. New York is groots en presteren op zo’n marathon is natuurlijk ook gewoon fantastisch. Dus die 8 seconde is echt verleden tijd.”
Vraag 2: Tonny de Groot: “Zouden niet alle wedstrijden zonder hazen gelopen moeten worden?”
Michel: “Ik denk wel dat onze sport ook veel gerelateerd is aan tijden. Alleen het enige is dat er vaak ook een teleurstelling is als bepaalde tijden niet gerealiseerd worden, terwijl zoveel factoren bepalend zijn om een tijd te realiseren. Vaak gaan marathonlopers en organisaties uit van de ideale omstandigheden en daar relateren ze dan de tijden aan. Als die tijden niet gehaald worden is het meteen zo’n teleurstelling voor de buitenwereld. Dit terwijl je evengoed een hartstikke goede marathon kan lopen onder bepaalde omstandigheden. Ik vind een strijdmarathon prachtig en ik vind marathons op basis van tijd ook heel mooi. Alleen je moet wel realistisch zijn dat je soms tijden niet kan realiseren simpelweg vanwege de omstandigheden en op de marathon komt dat heel nauw kijken.”
Vraag 3: Roché Silvius: “Hey Michel, wat mij al jaren opvalt, is dat de Nederlandse toplopers bijna altijd voor Rotterdam of Amsterdam kiezen om hun marathon te lopen. Ook als zij een bepaalde toptijd, PR of limiet willen lopen. Ik begrijp dat het leuk is om voor eigen publiek te lopen, maar waarom word er amper gekozen voor Berlijn terwijl dit toch het snelste parcours ter wereld is?”
Michel: “Dat kan natuurlijk een financiële afweging zijn, omdat in Nederland de atleten natuurlijk populairder zijn waardoor er ook automatisch meer startgeld wordt betaald. Als je een bepaald niveau hebt kan je natuurlijk ook in de Major marathons financieel veel steun krijgen, maar het is meestal nog steeds minder dan in Nederland. Daarnaast is het natuurlijk ook zo dat de organisatie je wel in de watten legt in Amsterdam of Rotterdam als Nederlandse topper. Als je een bepaalde tijd wil lopen dan zorgt de organisatie ervoor dat je bepaalde tempomakers hebt. Bijvoorbeeld 3 tempomakers en er wordt ook nog vaak een groep om je heen gebouwd. Als je naar Berlijn gaat is dat wel een onzekere factor. Dan moet je aansluiten bij veel snellere lopers of net langzamere lopers. Je moet net mazzel hebben dat er een groep is met voldoende tempomakers. Dat zouden de redenen kunnen zijn. Maar goed ik heb er nu voor gekozen om een keer voor New York te gaan wat al jaren een droom was. Ik zal ook naar de toekomst vaker andere Major marathons gaan lopen en Berlijn is toch ook wel een marathon dat op mijn verlanglijstje staat.”
Vraag 4: Edwin Middelveld: “Michel hoe doe je dat met slapen voor een marathon, omdat je de laatste week niet veel meer doet voor een marathon kan ik nooit slapen de nacht ervoor en door de spanning natuurlijk. Heb jij hier ook ervaring mee?”
Michel: “Ik zal me daar niet te druk om maken, want je doet inderdaad minder dus je raakt uitgerust en dan slaap je ook minder. Ik moet zeggen dat ik er nooit erg veel last van heb, maar het zou wel een logisch gevolg kunnen zijn. Ik zal gewoon proberen om te gaan slapen en je niet teveel druk maken om allerlei andere dingen. Met spanning omgaan is ook een belangrijk proces en iets dat je moet leren. Als de voorbereiding goed of slecht is geweest je kan er niets meer aan veranderen. Dus ik zorg ervoor dat er berusting ontstaat en acceptatie en dat ik me vol zelfvertrouwen voorbereid op de wedstrijddag. Als je met deze instelling de laatste week ingaat dan geeft dat meer rust en zal je automatisch ook beter gaan slapen. Bij mij werkt dat heel goed. Je moet niet meer teveel bezig zijn met dingen die je wilt controleren.”
Vraag 5: Jocelyne Tophoff: Michel, hoe ga je om met “pijntjes” tijdens het lopen? Kun je die negeren of heeft dat invloed op je prestatie?”
Michel: “Pijntjes of allerlei andere ongemakken tijdens de marathon komen natuurlijk voor. Ook gedachtes als, ‘wat is het nog ver’ of ‘is dit wel het juiste tempo?’. Ik zorg er continu voor dat ik in de juiste concentratie en flow kom. Als er pijntjes komen dan is ‘negeren’ niet het juiste woord. Je ondergaat het, maar maak het niet groter dan dat het is. Het gaat als het ware het ene oor in en het andere oor uit. Het is meer een acceptatie en ik focus me vervolgens op hetgeen dat ik kan. Dat is gewoon lekker ritme lopen en op mijn ademhaling letten. Ik zorg ervoor dat ik me focus op de dingen die ervoor zorgen dat ik goed presteer en die mij beter maken. Dat is voor iedereen anders dus dat klinkt wel een beetje globaal. Maar je moet niet opgaan in de pijntjes en je moet er ook niet tegen willen vechten. Je neemt het waar dat je een pijntje hebt, je accepteert dat en vervolgens focus je je weer op andere dingen. Mindfulness helpt daar ook bij.”